Voor de gezondheid van een hondenras is het belangrijk dat er zo veel mogelijk verschillende genen aanwezig zijn in de gehele hondenpopulatie. Hoe meer verschillende genen, hoe kleiner de kans dat honden gezondheidsproblemen krijgen.

Binnen een hondenras heb je doorgaans te maken met een gesloten hondenpopulatie: er wordt alleen gefokt met honden van datzelfde hondenras. De genetische diversiteit van een ras hangt hierdoor af van de founders: dat zijn de honden die gebruikt zijn om het ras op te zetten. Hoe meer founders (van verschillende afkomst) gebruikt zijn bij het ontstaan van het ras, des te beter de diversiteit aan genen binnen de gehele populatie.

Het perfecte plaatje

Voor het behoud van genetische diversiteit is het belangrijk dat gefokt wordt met zo veel mogelijk verschillende honden. Zodra een hond géén nakomelingen krijgt, gaan de genen van deze hond immers verloren en daarmee een stukje van de diversiteit aan genen binnen de populatie.

Verlies van genen

Helaas zijn er in onze huidige samenleving erg veel honden die geen nakomelingen krijgen, waardoor het extra belangrijk is om in kaart te brengen welke genen we (bijna) verliezen. Zodra we zien dat er honden zijn met genen die nog nauwelijks in de populatie voorkomen, zullen we fokprogramma’s moeten opzetten om deze genen weer een groter aandeel binnen de populatie te laten krijgen.

Een manier om deze ‘unieke genen’ in kaart te brengen, is middels ‘Mean Kinship’. Mean Kinship geeft de verwantschap weer van de hond met de gehele populatie, inclusief zichzelf. Als een hond een lage Mean Kinship heeft, zijn er weinig andere honden die dezelfde genen hebben. Heeft een hond een hoge Mean Kinship, dan heeft deze hond genen die in een groot deel van de populatie voorkomen.

Bij het fokken voor genetische diversiteit wordt gelet op:

  • Mean Kinship van de honden
  • Inteeltpercentage berekend over alle generaties (tot aan de founders)

Daarnaast wordt natuurlijk rekening gehouden met:

  • Gezondheid van de honden
  • Karakter
  • Uiterlijk
  • Etc.

Wij als VIJHN proberen de genetische diversiteit binnen ons ras te verbeteren door:

  • Informatie te verstrekken over genetische diversiteit (bijvoorbeeld in de vorm van een workshop)
  • (Nieuwe) fokkers te begeleiden bij hun reu-keuze
  • Reu-eigenaren te stimuleren hun reu intact te houden
  • Eénmalige nesten te stimuleren van zo veel mogelijk verschillende honden
  • Begeleiding en adviezen te geven rondom het importeren van genetisch belangrijke honden
  • Aangesloten te zijn bij ISIC, waardoor we internationaal kunnen samenwerken voor de verbetering van de genetische diversiteit in de gehele populatie

Fokken voor genetische diversiteit is niet eenvoudig, maar de fokadviescommissie doet zijn uiterste best om het toegankelijk te maken voor iedereen die een bijdrage wilt leveren aan het verbeteren van de genetische diversiteit van de IJslandse hond.

Heb je vragen, zou je graag meer willen weten over genetische diversiteit bij de IJslandse Hond of zou je begeleiding willen bij de keuze voor de ouderdieren van een nestje IJslanders? Neem dan contact op met de fokadviescommissie door een mailtje te sturen naar fokadvies@verenigingijslandsehond.nl